013a Madame_esther_1 Wat zeg je dr van, het is zomaar gelukt!

23 September 2006
By on 09:30
test

even proberen een foto te plaatsen


By on 09:08
Oranje.

Ik heb net even een flinke mentale aanloop genomen en een stuk of tig zakjes “verstandige” thee weggemikt.
Van die groene pies-met-kruiden-thee. Ieder z’n meug maar ik vind het eigenlijk helemaal niks. Toch stink ik er af en toe weer in.
Een kekke reclame met een new age muziekje met daarin heupwiegend een enorm relaxed, slank en uitgerust model en ik ben weer aan de groene en/of kruiden thee.
Je kent die spotjes wel, waarin ze zo’n “momentjevoorjezelf-gevoel over je uitstorten. Thee met een vleugje avondbreeze of lente-windje en dan in hippe combinatie met jasmijn of lavendel of weet ik het wat. Volgende week misschien met doperwten.
Het eerste kopje dat ik er dan van zet is “best lekker” en vervolgens liggen die zakjes te verjaren. Tot mijn vriendje thee zet en me denkt te verrassen. Yuk.

Ik kan zo slecht iets weggooien. Het liefst bel ik bij de buren aan, of die zin hebben in een paar zakjes heerlijke thee. Of zet ik ze op www.gratisoptehalen.nl maar dat levert me eigenlijk teveel gedoe op met vage figuren, die dan in een uitgebreide mailwisseling alle bijzonderheden van dat wat je weg wilt doen willen hebben.
Gelukkig zijn er een paar leuke kringloopwinkels in de buurt. Daar kun je met een gerust hart je spullen neerplempen en heeft een ander er misschien nog iets aan.

Vandaag vierden we de verjaardag van onze Koningin.
Dat is Beatrix nog steeds, al schijnt een aanzienlijk deel van de schooljeugd te denken dat het Maxima is.
En terecht, het wordt tijd dat Trix eens op haar koninklijke lauweren gaat rusten. Misschien kan ze wat gaan handwerken ofzo.
Onze meiden vonden het geweldig gezellig vandaag. Een vlaggetje en een suikerspin en je kind heeft de dag van haar leven.

Oranje bonen,
Oranje bonen,
Leve de Koningjin

We hebben het vaak gehoord vandaag. En lekker zo gelaten, want hoe vaak is het nou koninginnedag.
Ik heb het natuurlijk wel op film, leuk voor als ze 15 zijn.

We waren vanmiddag in een dorpje waar ze prima kunnen opruimen. En dat ze dat ieder jaar op 30 april nog eens even heel goed doen kon je goed zien aan de rommel op de markt.
Alle kleedjes van het ganse dorp waren bedekt met wat men nog aan rommel had kunnen vinden in huis.
En die ene dorpsgek die echt niets meer te verkopen had, had zich een slag in de rondte gehaakt om toch maar een kleedje te kunnen vullen. De opbrengst is voor de kerk, gok ik zomaar.

29 April 2006
By on 19:23
Wurm.

Toen ik nog een heel klein guppie was, verkoos ik voorlezen al boven televisie kijken. Al hoopte mijn moeder, die ik gedurende de dag helemaal moegekwebbeld had, wel eens dat ik voor de fabeltjeskrant zou kiezen.
Nee, lezen. Dat was het helemaal. Ik geloof dat ik ook al vanaf dat ik kon lopen een lidmaatschap had van de bibliotheek.
Bij ons in de wijk kwam een Bibliobus, die stond op woensdagmiddag in de straat bij ons om de hoek.
Iedere woensdag ging ik.
Vol verwachting beklom ik de reusachtige trap van 3 treden, die gelukkig met de jaren steeds minder hoog werden. En kwam dan blij weer terug, met bijvoorbeeld Elfje Twaalfje, of Pinkeltje in m’n tasje.
Soms gingen m’n mams en ik op woensdagmiddag gezellig even “stadten” , of -en dat was minder leuk- naar de tandarts. Op de terugweg zat ik dan zenuwachtig voor het raampje van de bus, en keek of de bibliobus er nog wel stond. Want dat moest natuurlijk wel doorgaan, je zou maar een week zonder leesvoer komen te zitten.

Ik was een gelukkig kind toen ik op school leerde lezen. Want voorlezen is leuk, maar zelf lezen is natuurlijk vele malen leuker. Maar al ging het leren lezen snel, niet zo snel als ik wilde. Want toen ik dacht dat ik het nu wel kon, bleek ik al bij het 3e woord van Pim, Frits en Ida te stranden.

Schoolvakantie’s vond ik leuk, maar een nadeel ervan was dat de bibliotheekbus dan ook vakantie had. Dus sleepte ik in de zomer dozen vol oude Donald Ducks mee naar ons huisje in Lauwersoog, om maar te kunnen lezen. Ik kocht van m’n zakgeld ook wel pocketboekjes bij De Slegte, 1 gulden en 45 cent waren die, maar die had ik in een poep en een scheet uit.

We zijn ook eens bij een mevrouw geweest die in Lauwersoog een soort van bibliotheekje had, met niet zo heel veel leuke boeken. Ik leende er een oude Sjors en Sjimmie en een boek over zeer brave meisjes. Op één of andere manier hebben we de boeken nooit teruggebracht, daar voel ik me nog altijd een beetje schuldig over. Die mevrouw was zo goed van vertrouwen, en dat heb ik beschaamd. Eigenlijk heb ik een strafblad, alleen weet niemand dat. Ohja, nu wel dus.

Toen de Bibliobus uiteindelijk wegbezuinigd was, ging ik op de fiets naar een “echt” filiaal. Daar hadden ze pas veel boeken.
Ik kon daar ook vaker naartoe dan 1 x per week, en dat heb ik ook vast wel eens gedaan.
Toen ze daar doorhadden dat ik op de jeugdafdeling uitgelezen was, kreeg ik speciale permissie om op de afdeling voor volwassenen te gaan lenen. Er ging een wereld voor me open.
Er was geloof ik ook niemand die ooit oplette wat ik meenam. En zo viel ik als 13-jarige voor intrigerende titels als “Een hete ijssalon” van Heere Heeresma. Die las ik thuis met de voeten tegen de verwarming en met rode oortjes. Ook Jan Wolkers en Gerard van het Reve heb ik op die leeftijd gelezen. En dat is alleen maar mooi, want dan heb je dat gehad. Ik ben er geen liefhebber van geworden.

Tegenwoordig ga ik nog steeds heel graag naar de Bibliotheek. Ik koop voor mezelf zelden of nooit een boek, en al helemaal geen roman.
Van de Bibliotheek moeten ze zijn, dat is pas lekker lezen. Maar er morgen geen vlekken in zitten en het mag niet raar ruiken, zoals oude boeken soms doen.
De balans tussen wat ik leen en wat ik daadwerkelijk lees is al jaren zoek.
Ik moet ondertussen wel bekend staan als “de verlenger” .
Ik heb altijd veel te grote ogen als ik daar ben.

Vanmiddag heb ik 3 boeken ingeleverd, waarvan ik er eentje half uit had. Ik had het hele drietal al een keer verlengd.
s’Ochtends gaat het boek vanaf m’n nachtkastje mee naar beneden, en ‘s avonds gaat het onder de arm mee naar boven.
En soms lees ik wel eens een paar bladzijden. Maar er zijn dagen dat ik niet veel verder kom dan het lezen van de achterkant van het pak hagelslag.
Misschien moet ik bij “hobby’s” maar eens gaan invullen “lenen” i.p.v. lezen.

Maar ik ga m’n leven beteren. Kuch. Niet voor het eerst, maar nu echt.
Ik ga geen stomme programma’s zoals Temptation Island volgen, maar ik ga ‘s avonds lekker zitten lezen. Of een leuke film kijken. En niet zoveel bij de pc zitten en maar oeverloos zitten dwalen over het internet.
En daarom heb ik vandaag 4 boeken meegenomen. Moet ik makkelijk redden, in drie weken. Toch?

8 April 2006
By on 10:05
Heel vroeger….

In de vorige eeuw ergens, het was zelfs nog maar 1981.
Malboontje hield het wat binnenhuisarchitect worden voor gezien, en wilde schrijfster worden. Schrijfster van liefdesverhalen, want de liefde hield me bezig.
11 was ik, toen mijn eerste (en enige) tijdschrift uitkwam. Naast een boel plagiaat uit de popfoto bevatte het mijn eerste eigen verhaal. Met een echt happy end. Ik hoop dat je het kunt lezen. En anders heb je niks gemist

16 February 2006
By on 21:06
Ben jij al in balans?

Het Voedingscentrum heeft weer iets nieuws bedacht. De Balansdag. Wat zal Nederland evenwichtig worden de komende tijd. Nou he. Zo gaat dat dan: "wil je een koekje bij de thee?" "Nee dankjewel, ik heb vandaag m’n Balansdag, gisteren zo heerlijk uitgebreid getafeld". En dat zeggen dan de mensen van wie de broek altijd iets te strak zit. En zal blijven zitten, ben ik bang. Anderen, die ook nooit een Balansdag nodig zullen hebben, blijven als antwoord op die koekje dr bij -vraag heel irritant zuchten dat ze nog vol zitten van hun appeltje. Of zelfs terwijl ze naar een hemels toetje kijken: "ik vind dat wel lekker, maar dan één hapje" Echt, ik hoorde deze schitterende uitspraak tijdens een etentje met de Gekke Wuuven vriendinnengroep. Van een prachtig gracieus type, dat net 1 klein vetrolletje tussen duim en wijsvinger kan pakken. Ik ga dat ook een keer zeggen, misschien als iemand me eens een kaasplankje aanbiedt. Heerlijk lijkt me dat. Dat kaasplankje niet. Ik hou namelijk niet van kaas. Dat wil zeggen niet van kaas op een bruine boterham. Of kaas met schimmel in 3 kleuren. Waar ik wel van houd, is kaas met pizza er onder. Of kaas die een zuurkoolschotel met ananas en spekjes bedekt. Ik vind gratineren ook een mooi woord, een gedicht bijna. En dan neem ik met een zuinig mondje 1 hapje kaas van dat kaasplankje, en zeg "ik heb genoeg ". Ik moet het gewoon één keer gezegd hebben, ooit. Volgens mij gaat het niet werken, dat balansen. Ik heb hem namelijk al jaren geleden uitgevonden, die Balansdag. Alleen heette het bij mij Yoghurtdag. Denkt niet iedereen die zich (te) vol propt "morgen ff een beetje minder" ? Of: morgen even een half uurtje op de hometrainert, baantje zwemmen, rondje doen in een flitsend trainingspak? Op de ochtend van de Balansdag ben je vol van goede voornemens, en ontbijt je heel matig. Vervolgens sla je een lekkere koek bij de koffie niet af, want je hebt nog niet veel gegeten en de rest van de dag maak je die schade van die kano toch wel weer goed, je bent immers al weer bijna in balans? Halverwege de dag en na een lunch die een tikkeltje uit de hand liep, begin je na te denken over wat je die avond op tafel gaat toveren. Louter lekkere en makkelijke dingen trekken aan je verbeelding voorbij . Je ziet jezelf gewoon alvast een zak minikrieltjes in de hete margarine gooien. Maarja, je zou vandaag… Een klein stemmetje begint in je achterhoofd te fluisteren dat niemand heeft gezegd dat je vandaag moet balansen. Dat kan ook morgen. Morgen komt trouwens ook veel beter uit, want bladiebla yada yada….. En dus maak je ‘s avonds (jeweetwel, als Nederland thuiskomt en Croma in de pan werpt) iets lekkers en neem je ook een lekker toetje. De Balansdag is als schuifkaas braaf een plekje opgeschoven. Morgen, nieuwe rondes, nieuwe kansen. En zo ben je zomaar weer een tikkie meer uit balans. De verkeerde kant op dan. Ze hebben ook heel nuttige tips bij het Voedingscentrum. Zo kun je beter geen Balansdag nemen als je een feestje hebt. Nou, die opmerking heb ik bij m’n favorieten gezet. Dat zou je toch zonder het Voedingscentrum in je kielzog nooit kunnen bedenken? En je merkt ook meteen dat ze "ons" doorhebben. Je mag de Balansdag niet gebruiken als excuus om op een andere dag extra lekker en calorierijk te eten. Alsof dat als eerste in me op was gekomen, tssskkk. Sja, wat een boel dom gelul van Boon he. Het is wel duidelijk wie er niet kan balansen, Boon niet. Ik kan me zelfs niet herinneren dat Boon ooit in balans was. Nou, wacht even. Toch wel. Toen Het Boontje voor het eerst zwanger was. Toen hoorde ik mezelf wel eens zeggen "ik heb niet zo’n trek in frambozenvla, ik neem een bakje yoghurt" En ook schiet me nu te binnen: "ik heb liever een waterijsje, neem jij dat roomijs met caramel van de Hertog maar" Maarja, dat was natuurlijk een kwestie van gierende hormonen enzo. Toch wilde ik wel het gratis informatiepakket over De Balansdag aanvragen. Al was het maar omdat je een gratis koelkastmagneetje krijgt. Ik moest eerst een paar vragen met ja of nee beantwoorden. Nou vooruit, overal een "ja" aangevinkt en doorklikken. En wat meent het voedingscentrum? De Balansdag is wellicht niet zo geschikt voor mij. En daarmee houdt het op. En ze ‘zeggen’ ook nog iets over een eventueel eetprobleem. Wat ik onmiddellijk heb verdrongen natuurlijk. Maar de deur naar het pakket is nu wel dicht. Stiekem ga ik een stapje terug op de site en vink 1 keer "ja" en 4 keer "nee" aan. Ha! Nu ineens mag ik meedoen. Het voedingscentrum is om de biologische tuin geleid. Ik zie het pakket graag tegemoet. Als ze bij Albert Heijn kunnen balansen kan ik het toch ook?

23 January 2006
By on 21:10
The morning after

En zo is het al weer januari geworden. 2005 is letterlijk en figuurlijk als sneeuw voor de zon verdwenen. Hier is de oudejaarsavond vanwege diverse pokken, virussen en ontstekingen grotendeels aan ons voorbijgegaan. Ik heb welgeteld 2 oliebollen gegeten. En dat was genoeg. Mijn lief deed een koortsig tukkie op de bank en ik heb The Sims gespeeld. En zelfs daar was het geen feest. Ook het paarse drankje met belachelijk veel koolzuur uit m’n kerstpakket kon het feest maar niet op gang krijgen.

Om kwart voor 12 hebben we de meiden uit bed gehaald om vuurwerk te kijken, want dat hadden we nu eenmaal beloofd.
Slaperig zaten ze in de Sesamstraat pyjamaatjes op de bank. In de ene hand een bakje Nibbits en in de andere hand een hoge beker (vanwege de slaapdronken handjes) met een klein plensje appelsap. Voor het idee, want ze hadden net als wij eigenlijk nergens zin in.

Het vuurwerk hebben we voor het keukenraam gadegeslagen. We hebben enthousiast gezwaaid naar de buren, die wel allemaal op het pleintje voor hun huis leken te staan om elkaar een gelukkig nieuwjaar te zoenen. Wij wilden dat hen en onszelf niet aandoen. Dat leggen we nog wel eens aan ze uit.
Om kwart over 12 sukkelde de hele familie weer naar boven, en om half 1 ging ook ons lichtje uit.

Vanmorgen had onze oudste toch wel heel erg oorpijn. Dat was de afgelopen 2 of 3 dagen al een beetje begonnen maar werd niet echt beter, integendeel.
We besloten advies te vragen bij de dokterstelefoon. We moesten maar even langskomen om het te laten bekijken.
De wachtkamer zat aardig vol. Heerlijk vind ik dat. Lekker rond kijken en raden wat de mensen mankeren.
Een jong stel met een baby met hoogrode wangen en een akelig hoestje. Dat was wel duidelijk. Zo herkenbaar, die ongerustheid die je hebt bij zo’n kleintje.
Zij gebaarde dringend dat hij de baby anders vast moest houden. “Dan laat ik hem vallen” fluisterde hij benauwd. Ze keek hem aan met een boze blik.

Een ander stel, waarvan hij aan de ene voet een kapotte klomp had en aan de andere voet gips. Zij een hoogzwangere buik. Zij had de paperassen in de hand, maar dat is meestal zo, dus dat zegt niks. Ik kwam er niet achter. Hoewel ze uitgebreid vragen stelden aan de moeder met jongentje-met-hand-verwond-door-vuurwerk lieten ze over zichzelf weinig los.

We werden geholpen door een leuke dokter. Zeer charmante man, deed alsof ie alle tijd van de wereld had. Hij keek even in de oren van onze dappere dodo en constateerde een fikse ontsteking. Waren we in elk geval niet voor niks gekomen.

Bij de apotheek was het hééél erg druk. Gelukkig bleven de kinderen en hun papa in de auto en reden nog een eindje om.
Zo’n 20 mensen die zwijgend opeengepakt stonden in het voorportaaltje van de apotheek.
Ik kwam binnen en vroeg “hoe laat gaan ze open” Iedereen barstte in lachen uit, ze waren al open. 24/7 namelijk. Ohja, is ook zo. Dat we niet verder naar binnen mogen is een maatregel tegen al te veel ongewenst bezoek.

De sfeer blijft lacherig, en ook hier is het weer lekker rondkijken. Tegenover me zit een jonge vrouw met een lapje over haar oog. Ik durf haar wel te vragen of ze met vuurwerk gespeeld heeft. Was het maar waar, zegt ze. Het was vuurwerk van een ander. En nu is haar oog nog heel, maar ze heeft wel een wondje. En daardoor één of ander gek virus opgelopen waardoor haar oog niet meer open kan en zij en haar man elkaars handdoek niet meer mogen gebruiken. Ze kijken even naar elkaar alsof ze dat jammer vinden.

Naast haar zit een prototype ballerige vent op leeftijd. Een beetje zoals Youp maar dan niet leuk. Een veel te strakke bandplooibroek, en een collegesjaal losjes om te schouders. Voetbaltrainers overjas ook nog.
Hij is met een andere man samen en ze doen brallerig. Ze vragen zich af of het allemaal nog lang gaat duren en anders gaan ze iets anders “regelen” Minachtende blikken krijgt hij links en rechts toegeworpen, maar dat ziet hij vast niet, veel te druk met zichzelf. Hij dreigt vreselijk uit z’n veel te strakke broek te knappen. Ik zie de witte onderbroek al door de naad van de donkerblauwe broek heen piepen. Ik vermaak me met de gedachte dat ik hem zometeen even heel discreet ga zeggen dat er een ongelukje met meneer z’n pantalon aan staat te komen. De eerste hulp is gelukkig aan de overkant.

In het kleine portaaltje heb je weinig privacy, geen rode lijn waar je achter dient te blijven staan. Iedereen hoort De Bal om Nicorette kauwgom vragen aan de dame achter het loketje. En omdat we inmiddels een “groep” zijn durven we allemaal te grinniken. Het schept een band, elkaar op nieuwjaarsdag meeten bij de apotheek. Zeker een goed voornemen, zegt iemand. En anderen wensen hem sterkte als hij vertrekt. Erom lachen kan hij niet.
Het jonge stel dat het hardste lachte is nu aan de beurt. De morning-after pil graag. Mompelt hij. Iedereen lacht nu nog harder, inclusief zijzelf.

De jongen die daarna aan de beurt is met z’n wel erg jonge vriendinnetje kleurt nu rood tot in z’n nek. Ook zij komen voor een morning-after pil Zij recht haar rug en zegt trots “iedereen zal wel denken, die jeugd van tegenwoordig”
Nee joh, dûh… we denken “goh die heeft geneukt”.

De vrouw naast me met het prachtige voetbalronde buikje met baby erin kijkt gemaakt mistroostig naar beneden. “Da’s voor mij te laat” zegt ze met een dikke grijns.

Onze oudste is met haar kuurtje begonnen, hopelijk is ze snel weer beter. Oma en Opa in de hoge flat hebben 10 oliebollen voor ons in de vriezer gestopt!!

Binnenkort doen wij het allemaal nog eens dunnetjes over, maar ik wens jullie allemaal alvast een heel fijn 2006!

1 January 2006
By on 19:33
Kaduuk

Het schijnt dat het erg moeilijk is om je kinderen los te laten. Ik moet zeggen dat ik het tot nu toe heel erg vind meevallen.
Al plas ik nog wel altijd met de deur open, je weet tenslotte maar nooit.
Voor de grote boodschap gaat de deur wel dicht. Maar dat is omdat ik het te gortig vind om tijdens het ontlasten twee kleine onderzoekertjes op schoot te moeten hebben die heel deskundig meten hoe erg het vandaag weer stinkt.
De deur dus op slot, in de veilige wetenschap dat ze voor de deur blijven wachten om maar niets te hoeven missen.

Nou goed, ik geef het toe, ik vind het hele loslatingsproces bloedspannend. Zelfs nu al en het is nog maar nauwelijks begonnen.
Als ik moeders met baby’s in zo’n hippe Bugaboo langs zie komen kijk ik jaloers toe en heb ik de neiging om ze toe te sissen. “lekker veilig he, zo in de kinderwagen, kunnen geen kant op, makkelijk he, wacht maar tot ze gaan lopen”.
Tuurlijk doe ik dat niet, daar maak je geen vrienden mee.

Een van de jongentjes uit de buurt kwam laatst naast me lopen, toen ik met de meidjes van de peuterspeelzaal naar huis wandelde.
Met z’n handen diep in de zakken, en een zorgelijk gezicht. Hij keek me eens aan, en zei toen dat hij onze oudste nog wat te klein vond om alleen buiten te spelen. “Kan ze beter 5 zijn” sliste hij langs z’n ene grote-mensen voortand.
Ik was het roerend met hem eens en loodste de dametjes ons huis binnen. Laarsjes uit en lekker spelen. Binnen. Misschien gaan we vanmiddag nog een eindje wandelen.

Goddank ging vanochtend één van de babyfoons stuk. Soms moeten de elementen je een handje helpen. Vuur, in dit geval. Ik had hem namelijk laten vallen. Niet voor het eerst maar voor wat hem (of haar?) betrof wel voor het laatst. Het wieltje waarmee je hem aan en uit zet was ietsjes naar binnen verdwenen.
Nu heb ik van huis uit meegekregen dat je niet meteen in paniek moet raken waneer er iets stuk is.
Je schudt er eerst even aan en als dat niet helpt pak je de pollepels erbij.
Hiermee hebben we in elk geval eens een videorecorder gereanimeerd. Betamax, voor wie het weten wil.
Ik schudde dus eens flink aan de ontvanger, en zag tot m’n grote verbazing een flinke rookpluim van achter het radje vandaan komen. En het leek wel of dat ding van binnen in brand stond.
Ik ben gediplomeerd bedrijfshulpverlener, dus ik gooide hem koelbloedig naar buiten voor ik om hulp gilde. De papa van de kindjes, mijn rots in de branding, stelde met een deskundig oog vast dat het ding overleden was.

Enfin, het was de babyfoon van de jongste, die zojuist gesneuveld was. De babyfoon dus, die wij babbelbox noemden. God mag weten waarom, dat fenomeen heet “thuistaal” volgens Jan Kuitenbrouwer.
Onze oudste dochter hebben we dus meteen maar naar de babyfoonloze status gepromoveerd. ( Ja, dat werd inderdaad wel tijd, ben ik het helemaal mee eens)

Hoe dat dan moest als ze ons nog even wilde knuffelen vroeg ze maar even voor de zekerheid. Je roept heel hard, en als we je niet horen, kom je naar ons toe. Zeiden wij. Haar ogen begonnen te glimmen, want tot vandaag kwam ze nooit zomaar haar kamer uit. Dat is wel lekker rustig, want dan zit je nooit met een kind dat niet terug naar haar eigen bed wil. Je wilt zelf graag terug naar je bed en dat hoeft niemand tien keer te zeggen.

Het is vrijdagavond en om het vrije weekend in te luiden gingen deze papa en mama even lekker samen douchen. Papa had mama net ingezeept, toen er op de deur geklopt werd. Oudste, die even kwam plassen. Met een dikke grijns zat ze schuddend van het lachen op haar potje.
Groot worden is grappig.
En ik ga nog even luisteren onderaan de trap, of alles goed is.

16 December 2005
By on 20:23
Piesnazi met Makioni

Ons oudste guppie is pas geleden 4 geworden. Op 5 december, maar daar ga ik het maar niet over hebben.

Ze ging al een tijdje naar de basisschool om te oefenen, maar sinds deze week dus voor het ‘echie”.
Ze vindt het helemaal geweldig en ook dat ze ‘s ochtends en ‘s middags gaat is geen enkel probleem. Tot nu toe, tenminste. Misschien slaat de vermoeidheid nog toe, en hou ik haar binnenkort lekker een middagje thuis.

Vanochtend hadden jongste pup en ik haar weer afgeleverd en na een kusje liepen we de school uit. Via het zijraam kan je dan nog even spieken of ze wel netjes op het stoeltje zit.
En ja hoor, kaarsrecht, met een doodernstig koppie ziet ze de drukte om zich heen eens aan. Ze ziet ons niet, veel te veel in beslag genomen door al die kinderen om haar heen. En dan ineens ziet ze ons toch. Een grote lach breekt door en ze zwaait verwoed naar ons. Ze kijkt ook even of juf dat wel ziet. Die ziet het en zwaait ook.

En dan gebeurt het weer. Zonder enige waarschuwing schiet ik vol. Heb ik weer hoor. Je zult maar zo’n emo-muts als moeder hebben.
We lopen maar gauw weg van het raam voor iemand het in de gaten heeft.
*knipper*
*knipper*

Slik….

Aan iets anders denken, kom op…

Wat eten we vandaag?
Gisteren aardappelen met groente, wat bij ons redelijk “braaf” heet en vandaag mogen we dan rijst of pasta.
Spinazie met macaroni en kip.
Heel lekker, snel, makkelijk en de kinderen vinden het ook lekker. Wat wil je nog meer?

Voor 4 personen:

250 gram Macaroni
1 pakje spinazie á la créme
300 gram kipfilét in kleine stukjes.
Half bakje champignons
Dikke ui
Ketjap en sambal naar smaak.

Het is het lekkerste als je de kip vroeg in de middag in kleine stukjes knipt en alvast kruidt en in de Ketjap zet.
Verder behoeft het geen uitleg lijkt me.
Gewoon snijden, roerbakken en door elkaar husselen.

Bon apetit.

Ohja, kip en ander vlees kun je het beste knippen.
Vind ik tenminste. Koop een triootje van die kekke scharen bij IKEA en raak de 2 kleinste kwijt.
De grootste leg je in je keukenla en bewaar je speciaal voor het knippen van vlees.
Je man knipt er wel z’n nagels mee als je er niet bent, was hem daarom voor gebruik altijd even af. Just in case.

13 December 2005
By on 16:26
Even bomen

Hij staat, onze boom.
In goud, rood en een tikkeltje groen. We hebben voor de komende jaren nog maar even geïnvesteerd in onbreekbare ballen, vanwege de leeftijd en het temperament van onze eigen kerstengeltjes.
En maar een paar “echte ballen”. Van glas dus.
Daarvan zijn er vandaag al drie stuk. Een daarvan sneuvelde door mijn eigen onhandigheid. Gelukkig hangt de rest vrij hoog en ben ik niet zo groot.

Vorig jaar was er geen kerstboom te bespeuren bij ons thuis. Oma “hoge flat” lag in de kreukels door een onoplettende (kerst)bal, een taxichauffeur.
En dan is de kerstsfeer natuurlijk ver te zoeken. Deze kerst staan we er gelukkig weer beter voor.

Er bestaan echt mensen die ieder jaar nieuwe kleuren voor hun boom kiezen, heb ik zojuist gelezen in één van de vakbladen voor huismoeders.
Ik ben dat niet van plan. Als heiden heb ik eigenlijk niets met de “echte” kersttradities, onze kerst is een “ho ho ho” kerst. Vrije dagen en lekker schransen dus. (En maar hopen dat die vrije dagen niet net in het weekend vallen)
Maar aan kerstballen horen herinneringen te kleven. Die van ons zijn nu nog fonkelnieuw natuurlijk. Er kleeft niets aan, geen glitters van vergeelde schoolwerkjes. Zelfs geen donsveertjes van een kerstkalkoen van lang gelee. Er ligt geen gruis van vergane oase op de bodem van onze kerstdoos. We hebben nog niet eens een kerstdoos.
Geen oh’s en ah’s bij het uitpakken van onze ballen dus, maar alleen verbazing over het verpakkingsmateriaal van die dingen. Je kan tegenwoordig niets meer uitpakken met je blote pootjes, overal moet minstens een scherpe schaar bij.

Vroegah, (toen Malboontje nog een heel klein boontje was) keek ik ieder jaar verliefd naar het kerstballetje met knijpertje dat een vogeltje voorstelde. Eigenlijk was het dus geeneens een echt kerstballetje. Het had een staartje van heel zachte haartjes. Iedere keer als de boom werd opgetuigd mocht ik die een plekje geven. En nu ik er zo over denk, komt ook het vliegtuigje bovenvliegen. Ook met van die zachte harige dingetjes. De vleugeltjes denk ik?

Op de bodem van de kerstdoos vonden we dan altijd weer de poepsjieke menukaart, die ik met veel rode glitters fröbelde ergens diep in de jaren 70 van de vorige eeuw.
Wat we aten weet ik niet meer, het was iets met cranberries, dat zie ik zo voor me.

En dan, als de kerst voorbij was en het jaar bijna afgelopen, werd de hele boel weer ontmanteld en zorgvuldig opgeborgen in de bijbehorende doosjes.
En Malboontje kroop op haar knietjes door de woonkamer.
In haar ene hand een schoteltje. Dennenaalden peuterend uit de lusjes van de nylon vloerbedekking. Een stuiver per naald kreeg ik.
Ik ben een rijk mens.

11 December 2005
By on 09:39